Follow project on Twitter
NederlandsEnglish

Blok 1: Directe conversies

Definitie 1:


“{eigennaam 1} is een/de {enkelvoudig zelfstandig naamwoord} van {eigennaam 2}”
is gelijkwaardig aan
“{eigennaam 2} heeft een {enkelvoudig zelfstandig naamwoord}, genaamd {eigennaam 1}”


Voorbeelden:


Variabelen: eigennaam 1 = “Paul”, eigennaam 2 = “Jan”, enkelvoudig zelfstandig naamwoord = “zoon

> Gegeven: “Paul is een zoon van Jan.”

• Gegenereerde conclusie:
< “Jan heeft een zoon, genaamd Paul.”


Variabelen: eigennaam 1 = “Anna”, eigennaam 2 = “Laura”, enkelvoudig zelfstandig naamwoord = “daughter

> Gegeven: “Anna heeft een dochter, genaamd Laura.”

• Gegenereerde conclusie:
< “Laura is een dochter van Anna.”


Definitie 2:


Ieder(e) {enkelvoudig zelfstandig naamwoord 1} heeft een {enkelvoudig zelfstandig naamwoord 2}”
is gelijkwaardig aan
Een {enkelvoudig zelfstandig naamwoord 2} is deel van ieder(e) {enkelvoudig zelfstandig naamwoord 1}”


Voorbeelden:


Variabelen: enkelvoudig zelfstandig naamwoord 1 = “auto”, enkelvoudig zelfstandig naamwoord 2 = “motor

> Gegeven: “Iedere auto heeft een motor.”

• Gegenereerde conclusie:
< “Een motor is deel van iedere auto.”


Variabelen: enkelvoudig zelfstandig naamwoord 1 = “zeil”, enkelvoudig zelfstandig naamwoord 2 = “zeilboot

> Gegeven: “Een zeil is deel van iedere zeilboot.”

• Gegenereerde conclusie:
< “Iedere zeilboot heeft een zeil.”