Follow project on Twitter
NederlandsEnglish

Blok 2: Indirecte conversies

De algebra van taal die hieronder genoemd wordt, past de volgende structuurwoorden toe: “is”, “zijn”, “heeft”, “en”, “ieder(e)” en “deel van”.


Ieder(e) {enkelvoudig zelfstandig naamwoord 1} heeft {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 2} en {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 3}”
waaruit kan worden geconcludeerd
“{onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 2} en {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 3} zijn deel van ieder(e) {enkelvoudig zelfstandig naamwoord 1}”


Ieder(e) {enkelvoudig zelfstandig naamwoord 1} heeft {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 2} en {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 3}”
en
“{eigennaam} is {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 2 or 3}”
waaruit kan worden geconcludeerd
“{eigennaam} is deel van {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 1}”


Ieder(e) {enkelvoudig zelfstandig naamwoord 1} heeft {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 2} en {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 3}”
en
“{eigennaam} is {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 2}”
waaruit kan worden verondersteld
“{eigennaam} heeft waarschijnlijk {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 3}”


Ieder(e) {enkelvoudig zelfstandig naamwoord 1} heeft {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 2} en {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 3}”
en
“{eigennaam} is {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 3}”
waaruit kan worden verondersteld
“{eigennaam} heeft waarschijnlijk {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 2}”


Ieder(e) {enkelvoudig zelfstandig naamwoord 1} heeft {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 2} en {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 3}”
en
“{eigennaam} heeft {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 2 or 3}”
waaruit kan worden verondersteld
“{eigennaam} is waarschijnlijk deel van {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 1}”


Ieder(e) {enkelvoudig zelfstandig naamwoord 1} heeft {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 2} en {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 3}”
en
“{eigennaam} heeft {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 2}””
waaruit kan worden verondersteld
“{eigennaam} is waarschijnlijk {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 3}”


Ieder(e) {enkelvoudig zelfstandig naamwoord 1} heeft {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 2} en {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 3}”
en
“{eigennaam} heeft {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 3}”
waaruit kan worden verondersteld
“{eigennaam} is waarschijnlijk {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 2}”


Voorbeelden:
> Ingevoerd: “Ieder gezin heeft een ouder en een kind.

• Gegenereerde conclusie:
< “Een ouder en een kind zijn deel van ieder gezin.
>
> Ingevoerd: “Sjors is een ouder.

• Gegenereerde conclusie:
< “Sjors is deel van een gezin.

• Gegenereerde aanname:
< “Sjors heeft waarschijnlijk een kind.
>
> Ingevoerd: “André is een kind.

• Gegenereerde conclusie:
< “André is deel van een gezin.

• Gegenereerde aanname:
< “André heeft waarschijnlijk een ouder.
>
> Ingevoerd: “Peter heeft een ouder.

• Gegenereerde aannames:
< “Peter is waarschijnlijk een kind.
< “Peter is waarschijnlijk deel van een gezin.
>
> Ingevoerd: “Willem heeft een kind.

• Gegenereerde aannames:
< “Willem is waarschijnlijk een ouder.
< “Willem is waarschijnlijk deel van een gezin.