Follow project on Twitter
NederlandsEnglish

Blok 3: Het groeperen van kennis

Definitie 4:


“{eigennaam 1} heeft een {enkelvoudig zelfstandig naamwoord}, genaamd {eigennaam 2}”
en
“{eigennaam 1} heeft een {enkelvoudig zelfstandig naamwoord}, genaamd {eigennaam 3}”
is gelijkwaardig aan
“{eigennaam 1} heeft {number: 2} {meervoudsvorm van enkelvoudig zelfstandig naamwoord}, genaamd {eigennaam 2} en {eigennaam 3}”


Voorbeeld:


Variabelen: eigennaam 1 = “Paul”, eigennaam 2 = “Jan”, eigennaam 3 = “Anna”, enkelvoudig zelfstandig naamwoord = “ouder

> Gegeven: “Jan is een ouder van Paul.”

• Gegenereerde conclusie:
< “Paul heeft een ouder, genaamd Jan.”              (gegenereerd door Blok 1)
>
> Gegeven: “Anna is een ouder van Paul.”

• Gegenereerde conclusie:
< “Paul heeft 2 ouder [meervoud van 'ouder' is onbekend], genaamd Jan en Anna.”
>
> Gegeven: “Paul heeft 2 ouders, genaamd Jan en Anna.”

• Gedetecteerd dat de gegenereerde conclusie bevestigd is:
< “Paul heeft 2 ouder [meervoud van 'ouder' is onbekend], genaamd Jan en Anna.”

• Gedetecteerd: U hebt het meervoudig zelfstandig naamwoord “ouders” ingevoerd, welke mij onbekend was.