Follow project on Twitter
NederlandsEnglish

Blok 3: Het groeperen van kennis

De algebra van taal die hieronder genoemd wordt, past de volgende structuurwoorden toe: “is”, “heeft”, “van”, “en” en “genaamd”.


“{eigennaam 1} is {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord} van {eigennaam 2}”
is gelijkwaardig aan
“{eigennaam 2} heeft {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord} genaamd {eigennaam 1}”


“{eigennaam 1} heeft {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 1} genaamd {eigennaam 2}”
en
“{eigennaam 1} heeft {onbepaald lidwoord + enkelvoudig zelfstandig naamwoord 1} genaamd {eigennaam 3}”
is gelijkwaardig aan
“{eigennaam 1} heeft {aantal: 2} {meervoudsvorm van enkelvoudig zelfstandig naamwoord 1} genaamd {eigennaam 2} en {eigennaam 3}”


Voorbeelden:
> Ingevoerd: “Jan is een ouder van Paul.

• Gegenereerde conclusie:
< “Paul heeft een ouder, genaamd Jan.
>
> Ingevoerd: “Anna is een ouder van Paul.

• Gegenereerde conclusie:
< “Paul heeft 2 ouder [meervoud van 'ouder' is onbekend], genaamd Jan en Anna.
>
> Ingevoerd: “Paul heeft 2 ouders, genaamd Jan en Anna.

• Gedetecteerd dat de gegenereerde conclusie bevestigd is:
< “Paul heeft 2 ouder [meervoud van 'ouder' is onbekend], genaamd Jan en Anna.

• Gedetecteerd: U heeft meervoudig zelfstandig naamwoord “ouders” ingevoerd, welke mij onbekend was.