Follow project on Twitter
NederlandsEnglish

Probleembeschrijving 1: Redeneren in de verleden tijd

Het bovengenoemde redeneervoorbeeld was waar gedurende het leven van Socrates. Maar nu, na het ultieme bewijs van zijn sterfelijkheid – zijn dood in het jaar 399 v.Chr. – dienen we de verleden-tijdsvorm te gebruiken:

> Gegeven: “Alle mensen zijn sterfelijk.”
> Gegeven: “Socrates was een mens.”

• Logische conclusie:
< “Socrates was sterfelijk.”

De tijdsvorm waarin een werkwoord staat, vertelt ons de status van de betrokken bewering:
• “Socrates is een mens” vertelt ons dat Socrates leeft;
• “Socrates was een mens” vertelt ons dat Socrates niet meer onder de levenden is.

Met betrekking tot de conclusie:
• “Socrates is sterfelijk” vertelt ons dat de dood van Socrates onvermijdelijk is, maar dat er nog geen hard bewijs voor zijn sterfelijkheid is;
• “Socrates was sterfelijk” vertelt ons dat zijn sterfelijkheid bewezen is.


In de afgelopen 2.400 jaar zijn wetenschappers 'vergeten' om algebra te definiëren voor de verleden tijd. Redeneren in de verleden tijd is dus in geen enkel wetenschappelijk artikel beschreven, terwijl het wel geïmplementeerd is in mijn CNL redeneersysteem.